Straffen, belonen en statistiek

lolly

Straffen en belonen. Kinderen opvoeden, leerlingen motiveren, werknemers laten produceren, altijd is het de vraag: hoe zorg ik ervoor dat ze hun gedrag veranderen? In wezen komt die vraag neer op: zal ik straffen of belonen? Hoewel onderzoeksliteratuur suggereert dat belonen meer effect heeft dan bestraffen, is het lastig om dat in praktijk te brengen. Natuurlijk, lijfstraffen zien we niet meer. Maar voor je het weet komt een zin uit je mond als ‘Nu doe je het alweer fout’ en echt belonend klinkt zoiets niet. En onderwijskundigen die scholen vertellen dat ze toch vooral hun leerlingen moeten straffen bij ongewenst gedrag (strafregels) zijn er jammer genoeg nog steeds.

Wiskunde
Nu las ik een boek over wiskunde. Ik lijk hier misschien van de hak op de tak te springen, maar laat me het even uitleggen. Alex Bellos is de schrijver van ‘Getallen ontraadseld‘ een boek over ‘alles wat je moet weten over wiskunde’. Een van de laatste hoofdstukken gaat over statistiek (niet afhaken hoor, nog even volhouden) en daarin komt de normaalverdeling aan de orde. In dat kader komt hij met de volgende anekdote.

Extreme scores
Een hoogleraar hield een lezing voor een aantal militaire officieren. Hij bracht naar voren dat belonen beter is dan straffen. Een officier stond op. Klopt niet, zei hij. Altijd als ik een piloot beloon die een heel goede vlucht uitgevoerd heeft, doet hij het de volgende keer slechter. En altijd als ik een piloot na een slechte vlucht bestraf, doet hij het de volgende keer beter. Dus straffen helpt, belonen niet. De professor, niet van wiskundige kennis gespeend, wist dat hier sprake was van regressie, een statistisch verschijnsel. Stel dat de piloten kunnen scoren op een schaal van 0 tot 100. Slechts weinigen zullen of  0 of 100 scoren. Dat zijn extreme scores. Als ze zo extreem scoren ligt dat voor een deel aan hun vaardigheid maar zeker ook voor een deel aan andere zaken: goed of niet goed geslapen, mooi of juist geen mooi weer, een perfect vliegtuig of een vliegtuig dat tegen de grote beurt aan zit. Ze hebben, met andere woorden, óf een beetje pech óf een dosis geluk. Een volgende keer hebben ze minder pech of geluk en zullen ze minder extreem scoren. Ergo, superpresteerders scoren een tweede keer waarschijnlijk lager en de minst scorende scoort een tweede keer waarschijnlijk hoger.

Op school
Nu een groep leerlingen. Er is geen reden om aan te nemen dat scores in de schoolklas de wetten van de normaalverdeling en regressie niet volgen. Wilt u de leerlingen naar betere prestaties brengen, geef dan goed onderwijs en stimuleer ze door ze te belonen. Maar laat u niet van de wijs brengen door een leerling die op een dag heel hoog scoort en een dag later weer minder. U weet nu: dat is gewoon statistiek.

Paul de Maat werkt bij de CED-Groep als ontwikkelaar van leermiddelen (Nieuwsbegrip) en als adviseur onderwijs en ICT. Behalve voor Onderwijs in de 21e eeuw, schrijft hij ook voor Contentgirls. Paul is te volgen als @pavl en op Linkedin.

Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Reacties

  • MevrouwtjeT  On maart 16, 2011 at 7:45 pm

    leuke invalshoek, goed stukje.
    Er is echter ook een valkuil bij statistiek: leraren die er uit ervaring ‘weten’ dat in elke klas 2/3 slechte leerlingen zitten en het er dan maar bij laten…normaalverdeling enzo. Gaat echter niet altijd op, zeker niet bij N=25

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: