Prestatiebeloning werkt niet, maar wat dan wel? (2)

Naar aanleiding van mijn bijdrage over het niet werken van prestatiebeloning in het onderwijs heb ik bij de NCRV een reactie mogen geven in het programma ‘Lunch’. Dat bracht mij ertoe om een tweede bijdrage te besteden aan wat wel werkt. Ik heb me laten inspireren door Dan Pink ‘on the science of motivation’ (met dank aan Wim den Blanken).  In deze korte presentatie legt Dan uit wat wel werkt. Hij komt tot drie incentives: autonomie,’meesterschap’ en zingeving. In deze bijdrage bespreek ik mijn visie op het begrip meesterschap. Op 1 november buigen vijf educatieve faculteiten zich over dit thema.

Meesterschap of vakmanschap lijkt een zo voor de hand liggend begrip. Elke leerkracht heeft ooit de opleiding gedaan en heeft daarmee de startkwalificatie behaald. Maar vakmanschap gaat verder dan het behalen van een diploma. Daarmee begint het pas. Meesterschap vraagt om een constante ontwikkeling en reflectie op het resultaat van deze ontwikkeling. Waar ooit het meester – gezel principe borg stond voor kennisoverdracht, werkt dit in onze platte, digitale wereld al lang niet meer. De lerende heeft de beschikking over diverse kennisbronnen. Het meesterschap richt zich anno 2010 meer op het op het leren kritisch om te gaan met de informatieve waarde van de kennis, dan op de kennisoverdracht. Dat de leerkracht de enige echte waarheid vertelt, is geen vanzelfsprekendheid meer voor de leerling. De meester heeft niet per definitie gelijk.

Vakmanschap in het onderwijs bestaat uit meer dan alleen excellente kennis, maar ook uit sterke didactische vaardigheden om deze kennis over te dragen op een manier die past bij onderwijs in de 21e eeuw. De directieve ,sturende manier die jarenlang voldoende is geweest, is niet meer de enige juiste manier. De nog steeds toenemende drang naar onderwijsvernieuwing zoals coöperatief leren en competentiegericht onderwijs onderstreept dit.

Elk schoolteam heeft zijn ‘meesters’. Op een enkele blinde vlek na weet ieder teamlid aan te geven welke leerkracht het best functioneert. Ouders en leerlingen zullen deze keuze bevestigen. De ‘meester’ zelf zal het vaak ontkennen; een kernkwaliteit van hem of haar. Meesterschap stimuleer je niet door een hoger salaris of door incidentele betalingen. Goede leerkrachten hebben bevestiging nodig om te mogen excelleren en te innoveren. Die bind je en die boei je door ze ruimte te geven om hun kennis en vaardigheden over te dragen aan collega’s en andere geïnteresseerden.

Extra middelen kun je daarom beter inzetten om formatieve ruimte te creëren om goede leerkrachten  vrij te maken om hun kennis te (mogen) verspreiden. Je krijgt er niet alleen gemotiveerde leerkrachten voor terug, maar ook  profiteren andere teamleden van deze investering. Meesterschap komt het best tot zijn recht in een cultuur waar aandacht is voor goed leraarschap, de schoolleiding hoge (morele) teamdoelen stelt en de directie laat zien inzet en prestaties te waarderen.  Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, krijg je er trotse leerkrachten voor terug. En dat werkt veel beter én langer dan een financiële beloning die slechts korte tijd als waardering wordt ervaren en waarvan we weten dat schoolleiders moeite hebben om ze uit te delen.

Menno van Hasselt is eigenaar van Van Hasselt advies en werkt samen met de CED-Groep bij het invoeren van opbrengstgericht werken in het primair en speciaal onderwijs. Met Dieter.nl heeft Menno een opleiding ontwikkeld voor de onderwijskundig ICT-coördinator.  Menno is te volgen op twitter via @mennovh of via LinkedIn

Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Reacties

  • peter tetteroo  On oktober 27, 2010 at 3:33 pm

    Interessant. Het brengt mij tot de gedachte dat ik eens na moet gaan wat bij mij ‘werkt’. Wat mij in beweging brengt en wat niet. leuk. Wat werkt bij jullie en wat niet, Menno en Dieter? wat brengt jullie in beweging en wat niet? Misschien leuk om eens zo’n lijst te verzamelen onder de lezers van o.i.d.20ste.e? Mijn eerste voorzichtige constatering is dat het inderdaad niet de € is, maar misschien het aansluiten bij mijn eigen ‘zin'(geving). Later gaat de € echter wel een rol spelen, denk ik.

    • Menno van Hasselt  On oktober 27, 2010 at 5:18 pm

      Hallo Peter,

      Leuk vraagstuk. Het derde deel gaat over zingeving. Dat komt volgende week. Ik merk dat ik, nu ik voor mezelf werk vanaf 1 september, ik enorm geniet van de vrijheid die ik heb en het feit dat er niemand anders verantwoordelijk is dan jezelf. Niet de financiële vergoeding vind ik belangrijk, maar de diversiteit in werk en het contact met zoveel nieuwe mensen. Elke dag een feestje. Ook vind ik het leuk om na te denken over mijn maatschappelijke bijdrage. Vandaar mijn verbintenis aan Villa Joep. Dat lijstje ga ik werk van maken!

      gr. Menno

  • Maaike Verschuren  On oktober 27, 2010 at 8:32 pm

    Ik bevestig dit volledig Menno. NRC publiceerde ook nog eens een mooi artikel hierover. Maar wat is deze meesterschap? En wanneer volgt de proeve van bekwaamheid? Wanneer heb je succes? Hoe vaak leg je een proef af? Wat verwachten wij eigenlijk?

    Ben Har Yeap inspireerde mij enorm tijdens een driedaagse training over Singapore Math. De kracht en het enthousiasme die deze leraar uitstraalt, zit hem (volgens mij) in zijn sterke didactische interactieve vaardigheden en de liefde voor het vak rekenen en wiskunde. Hij vertelde hoe hij zijn nieuwe leraren opleidt:
    Vanuit zijn universiteit geeft hij elke maandag- en donderdagochtend zelf les aan leerlingen, hierdoor geeft hij het voorbeeld. Hij weet wat werkt! Zijn studenten zitten achterin, kijken mee, observeren kinderen en analyseren zijn begeleide interactie vaardigheden.
    ’s Middags oefenen zij met elkaar de interactieve didactische vaardigheden, door zelf te doen en te reflecteren. Na deze oefenfase van aantal dagen, gaan zij (pas) met kinderen aan het werk. Ze trainen hun vaardigheden en bekwamen zich in de vakdidactiek, waarna met elkaar gereflecteerd wordt, wat lukt en wat niet. Hoe bekwaam kun je worden? (Kreeg gelijk zin om eigen eigen opleiding te starten🙂
    Zo ook hoorde ik Wim van de Grift op de conferentie Scholen voor morgen: “Leraren in Nederland doen het goed i.v.m hun collega’s in Vlaanderen en Nedersaksen.” Onderzoek naar beroepsvaardigheden (2010) toont aan dat Nederlandse leraren met name sterk zijn in het scheppen van een goed klimaat, geven van instructie en organiseren. Echter willen we een bijdrage leveren aan de Nederlandse kenniseconomie, dan dienen we, volgens Wim, serieus te investeren in de ontwikkeling van de moeilijker beroepsvaardigheden van onze leraren, te weten afstemming, inspelen op verschillen en aanleren van leerstrategieën. Zijn boekje vond ik interessant waarin hij didactische vaardigheden langs een meetlat legt van makkelijke naar moeilijke didactische vaardigheden. Hij definieert hiermee op zijn manier meesterschap.

    Voordat we extra gaan belonen zou ik willen pleiten voor heldere criteria en het invoeren van de proeve van bekwaamheid. Of klinkt dit te ouderwets?

    Groet, Maaike

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: