Help! We gaan veranderen, deel 2

thumb_wegwijzersmissie_copy_2In deel 1 vertelde ik hoe belangrijk de eerste fase van een veranderingsproces is. De directeur of rector  speelt hierbij een cruciale rol. Vandaag bleek hoe serieus de minister deze rol neemt. Het budget op bestuur en management wordt verlaagd. Een bezuiniging die de ontwikkeling van onze waardevolle kenniseconomie nog wel eens duur zou kunnen komen te staan.  Vaak wordt een verandering gestart met een missie en/of visiediscussie.De helft van deze discussie kan vanaf nu worden overgeslagen. In een missie beschrijft de instelling waartoe hij is opgericht. Dat is voor elke onderwijsinstelling klip en klaar: Onze jeugd zo goed mogelijk voorbereiden op hun plek in een complexe maatschappij. Blijft over de visie. Deze kan weldegelijk verschillen. De visie beschrijft namelijk de wijze hoe de missie ingevuld gaat worden en er zijn nu eenmaal meerdere wegen die naar Rome leiden. De visie wordt gekleurd door zaken zoals kindbeeld, geloof, overtuigingen, normen en waarde.

Vanuit deze visie formuleert de organisatie de route die naar het gewenste resultaat moeten leiden in concrete doelstellingen. Vaak wordt vergeten om hierbij indicatoren te benoemen waaraan kan worden afgelezen of het gewenste resultaat behaald gaat worden. Deze zijn voorwaardelijk voor succes. Er zijn al veel vernieuwingen mislukt, terwijl er door de betrokkenen zeer hard is gewerkt. Helaas bepaalt niet de geleverde inspanning het effect, maar de mate waarin er doelgericht naar het eindresultaat wordt gewerkt.  En dan zijn we weer bij de rol van de leider. Hij of zij is de regisseur van het geheel en speelt een bepalende rol. Wanneer onze regering de bijdrage van de directie blijft minimaliseren, zal elke noodzakelijke onderwijsvernieuwing lang op zich laten wachten. Goedkoop zal ene erg dure duurkoop blijken te zijn.  Iedereen die deze zorg met mij deelt kan zich richten tot de PO-Raad.

Advertisements
Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Reacties

  • Hans Pollen  On oktober 4, 2009 at 9:20 pm

    Beste Menno,

    Ik begin een beetje confuus te raken over hetgeen je in dit tweede bericht schrijft, ook in relatie tot jouw eerste artikel.
    Er zitten heel wat vooronderstellingen in jouw ‘fase-aanpak’. Allereerst de volgordelijkheid die een fase-opvatting in zich draagt staat haaks op ontwikkelingen die niet voorzien, maar wel feitelijk voltrekken. Een volwaardig veranderkundige benadering houdt hier rekening mee. Bovendien, de literatuur gaat er ondertussen algemeen er wel van uit dat succesvolle veranderingen niet ‘starten’ met formulering van missie-visie ed., maar zorgvuldige consultatie van primair- en secundair betrokkenen wel degelijk ook als zinvol ‘startmoment’ kan worden gekozen. Zo had ik jouw eerste bijdrage ook gelezen.
    Ook heb ik moeite met ‘doelgerichtheid’ als kritische succesfactor. Mede ook omdat veel verandertrajecten of verniewingprojecten vooral daardoor beoogde doelen niet bereikten. Focus heeft betekenis in relatie tot on-focus. Wat levert nou wel of juist geen bijdrage aan doelrealisatie? Wiens doel? Die van de leider?
    Daarom: je volgt een populaire ‘leiderschap-opvatting’, namelijk dat er 1 leider is die bepalend is voor succes. Niet alleen is deze opvatting vanuit een cultuur-historisch perspectief ook zo’n 60 jaar geleden gevaarlijk gebleken, het sluit ook uit dat ‘het recht op het nemen van initiatief door eenieder’ de ruimte niet krijgt.
    Kortom: zou jij je sturing kunnen voorstellen die enerzijds non-lineaire en anderzijds multi-perspectivische kwaliteiten toevoegt aan jouw eigen opvatting?
    Wat voor een essay zou je daarover kunnen schrijven?

    Tot slot: indien de afstand tussen onderwijsleersituaties en de minister te groot is om vanuit het departement zinvol voorwaardelijk onderwijsbeleid te voeren, dan zijn tussenschakels in dit systeem noodzakelijk. Indien er machtsconcentratie ontstaat bij 1 van de schakels in dat systeem, staat dat de overbrugging tussen ‘leren’ en ‘regeren’ in de weg. In de loop van de tijd hebben we machtsconcentratie zien ontstaan bij besturen van steeds groter wordende onderwijsinstellingen. Met deze minister en ‘Beter Onderwijs Nederland’ zien we neiging tot een nieuwe machtsconcentratie, waarbij het argument van het primaat bij de primaire onderwijs processen wordt gebruikt als argument om vernieuwingsbeleid tegen te gaan. Wanneer onderwijsleersituaties maatschappelijk mogelijk worden gemaakt, hebben ze ook maatschappelijke verantwoordelijkheid. Er zijn heel wat stakeholders te bedenken die belang hebben bij goed onderwijs en daar ook een opvatting over hebben. Indien machtsconcentratie bij een schoolleider ligt, of een bestuur, of een minister, of bij de leerkrachten, hoe verhoudt zich dat dan tot het afleggen van maatschappelijke verantwoordelijkheid naar die andere – niet zelden externe – stakeholders?
    Ik ben tegen eenzijdige machtsconcentraties. Hoe denk jij daarover?

    • Menno van Hasselt  On oktober 5, 2009 at 6:47 am

      Hallo Hans,

      Leuk de je de moeite neemt om zo uitgebreid te reageren.

      Ik beschrijf in dit stukje de manier waarop binnen het primair odnerwijs veel trajecten worden gestart. Ik ben me ervan bewust dat hierbij een belangrijke fase, waar ik in deel 1 naar verwijs, vaak wordt overgeslagen.

      Wat de opvatting van 1 leider die verantwoordelijk is voor het succes betreft sluit ik aan bij wat in het primair onderwisj gangbaar en herkenbaar is. In discsussies kom je tegenwoordig vaak tegen dat de directeur weer onderwijskundig leider moet worden als reactie op de toegenomen regelzucht en beheerlast onder invloed van de lumpsumfinanciering.
      Dat dit een spanningveld met zich meebrengt is voor mij herkenbaar.

      Machtsconcentraties zijn in mijn beleving nooit goed, maar hoe vaak is er werkelijk sprake van een concentratie van de macht. Is er niet sprake van een klassiek dualisme tussen aansturing en uitvoering?
      In dit kader zie ik de vereniging ‘beter onderwijs Nederland’ als een nieuwe vorm van belangenbehartiging. Zij stellen zich op als een veredelde vakbond en hanteren daarbij hetzelfde gedrag: Niet vertellen wat je wel vindt, maar uitgaang van wat je niet goed vindt gaan. Ik vind dit weinig constructief en geen recht doen aan veel vormen van succesvolle onderwijsvernieuwing. De tijd van anti-denken past volgens mij niet meer in een verglobaliseerde samenleving.

      Ik denk dat het onderwijs in het algemeen nog veel winst kan behalen uit leren verantwoording af te leggen aan de omgeving. We zien op dit gebied van de code goed bestuur en vanuit de ontwikkeling om meer te kijken naar de leeropbrengsten en leerstandaarden (rapporten commissies Dijsselbloem en Meijerink)een nieuwe trend ontstaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: