Morgen doe ik het eens anders – tips voor managers deel 6

kolbIn het onderwijs werken heel veel doeners. Mensen die van aanpakken weten en die worden gedreven door het credo niet praten, maar poetsen.  Het zijn de tegenhangers van de bezinners, de denkers en de beslissers (Kolb) en ze zijn niet zelden in de meerderheid. Een managers die weet met welke stijl de teamleden samenwerken is beter in staat mogelijke problemen voor te zijn. Deze tip gaat over bewust omgaan met de leerstijlen van de medewerkers.

Stelt u zich de volgende situatie eens voor: een project dat wordt voorbereid door een groep mensen die van aanpakken weten. Allemaal doeners bij elkaar. Het resultaat zal een hoge productiviteit en creativiteit zijn. Maar waarschijnlijk zullen er ook veel slordigheden in zitten. Doeners hebben over het algemeen een weinig kritische blik naar de organisatorische aspecten. Ook voeren ze vaak lange discussies en proberen elkaar te overtuigen van hun eigen gelijk. In de ergste gevallen treden irritaties op.

In zo’n proces is een beslisser of een denker geen overbodige luxe.  Nu laat lang niet elk projectgroep zich op deze manier vormen, maar het is goed om teamleden bewust te maken van de effecten die op kunnen treden wanneer teveel dezelfde stijlen met elkaar gaan samenwerken.

Op het internet zijn veel Kolb-testen te vinden.  U kunt hiermee de volgende oefening uitvoeren.

  1. Laat alle teamleden de test invullen en hun stijl bepalen.
  2. Vervolgens plakt u op de grond een kruis waardoor er vier vakken ontstaan. Elk vak moet zo groot zijn dat er een aantal mensen kan staan (hoe groter het team, des te groter de ruimte).
  3. Geef elk vak een stijlnaam (doener, denker, beslisser en bezinner).
  4. Vraag de teamleden in het voor hem of haar passende vak te gaan staan.
  5. Vraag de teamleden met elkaar het gesprek aan te gaan waarom ze daar staan.
  6. Laat ze hierbij elkaar open vragen stellen (Waaraan herken je mijn stijl? Geef eens een voorbeeld? Wat doet dat met jou bij het samenwerken?) Iedereen blijft in zijn vak.
  7. Vervolgens vraagt u de teamleden om te wisselen van vak en een ander teamlid te bevragen op zijn stijl. Hierbij kunnen dezelfde vragen worden gesteld als eerst. Maar nu aangevuld met de vraag wat deze verschillen betekenen voor de samenwerking. (Waar heb je wel eens last van? Hoe zie ik dat? Geef eens een voorbeeld?)
  8. De manager sluit de oefening af met een conclusie en noemt hierbij dat het goed is om je bewust te zijn van elkaar stijl en dat je dit kunt gebruiken bij nieuwe groepsvorming.  Vermeld er ook bij dat niemand alleen een stijl hanteert. Wij hebben alle stijlen in huis, maar meestal is er een dominant aan de andere stijlen.

Deze oefening vraagt enige voorbereiding en een strakke leiding. Er kunnen emotionele reacties komen, wanneer er geen veilige teamsfeer heerst. Vraag in dat geval een coach of schoolbegeleider deze oefening uit te voeren. Veel succes!

Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: